Het is een dag als alle andere dagen. Benson Tumwesige staat op de uitkijk bij de kerk in een klein dorpje in Oeganda. De altijd goedlachse jongeman staat te wachten op de cursisten die van heinde en ver naar zijn kerk zullen komen. Vandaag verwacht hij er eenenzeventig. Maar in Oeganda weet je het nooit zeker. Het kan zomaar zijn dat er een aantal niet komt opdagen. Negen uur zou de cursus beginnen. Er waren op dat tijdstip nog maar twaalf deelnemers. Nu, een half uur later, stroomt het kerkje echter toch vol. De meeste cursisten komen lopend naar de kerk. Voor sommigen betekent dit dat ze ruim twee uur onderweg zijn, omdat ze meer dan tien kilometer moeten afleggen.

Vandaag staat het onderwerp pastoraat op de planning. De meeste voorgangers richten zich alleen op hun zondagse preken. Ze zijn doordeweeks druk met hun ‘gewone’ werk waarmee ze brood op de plank krijgen. Aan het pastoraat komen de meesten niet echt toe. Ook weten ze niet goed hoe ze daar invulling aan moeten geven. Vandaag zal Bongomin Toorach, een van de docenten, iets vertellen over hoe hij het pastoraat in zijn gemeente vorm geeft. Voor hem was het ook niet vanzelfsprekend. Maar de cursussen van NET Foundation hebben hem de ogen geopend. Nu zet hij iedere week een dag apart voor pastoraat. En de gemeenteleden weten hem te vinden. Dat geldt overigens ook voor de andere dorpelingen, die niet bij hem in de kerk komen. Hij zal de cursisten vandaag vertellen van die vrouw uit zijn gemeente die een buurvrouw meenam. Deze vrouw kwam later met haar man terug voor pastorale begeleiding. Nu hebben zij hun leven aan God gewijd en komen ze iedere zondag samen naar de kerk.

Bongomin heeft vandaag de leiding. Na zijn intro zal hij de theorie uit het tekstboek behandelen, waarna de cursisten een aantal verwerkingsvragen maken die ze met elkaar bespreken. Dit moment van ontmoeting in groepen is heel belangrijk. De meeste Afrikanen – en dus ook de Oegandezen – houden ervan om met elkaar te praten en te discussiëren. Samen eten is ook een wezenlijk onderdeel van een cursusdag.

Er is ook veel aandacht voor de praktijk. Wanneer Benson zelf de cursus ‘Evangelisatie’ geeft, stuurt hij zijn studenten de wijk in, waar ze een paar uur evangelisatiegesprekken moeten voeren. En bij de cursus ‘Prediking’ krijgen de studenten de opdracht elkaars preken van feedback te voorzien. Benson: ‘We rusten de voorgangers toe om met hart, hoofd en handen het Evangelie te delen. Maar we merken dat de meesten behoefte hebben aan praktische toerusting zodat ze het Evangelie met de handen kunnen delen.’

Merken ze ook impact op de gewone gemeenteleden? Benson: ‘Niet alleen de prediking is bij de voorgangers veranderd, maar ook het hele kerkbestuur. Dingen worden nu veel meer op een Bijbelse manier gedaan. Eerder praatte men alles goed met een beroep op de directe leiding van de Heilige Geest. Deze verandering komt zeker ook het gewone gemeentelid ten goede. Een heel praktisch punt waarin we zien dat gemeenteleden echt veranderd zijn is in hun huwelijken. Huwelijken bloeien op. Er is meer liefde en trouw. Ook zijn mensen nu actiever betrokken bij alles wat er in de kerk gedaan wordt. We zijn zeer gezegend met deze trainingen.’

In totaal worden er op dit moment in de drie provincies rondom Bensons geboortedorp tweehonderd voorgangers toegerust. In dit gebied zijn er drie studiecentra. Na afloop van de cursusdagen worden de voorgangers in groepen aan elkaar gekoppeld. De bedoeling van deze groepen is dat de voorgangers van elkaar leren. Een belangrijk punt van bespreking tijdens de follow-ups is hoe hun gemeenten positief veranderd zijn na afloop van de trainingen. Ook de docenten en Benson als coördinator gaan bij alle voorgangers op bezoek om hen te begeleiden.

Benson heeft in zijn gebied drieëndertig kerken, waarvan de voorgangers toegerust worden. Ze komen in groepen van vijfenzestig tot tachtig personen naar een van de drie studiecentra. Deze studiecentra zijn in kerken gevestigd. De ene maand is Benson in het ene studiecentrum, de andere maand is hij te vinden in een ander studiecentrum. Zelf organiseert en coördineert hij de trainingen. Hij heeft bekwame docenten die hem helpen met lesgeven.

Om vier uur is het de bedoeling dat Bongomin naar een afronding gaat. Maar ook het eindtijdstip is altijd rekbaar, waardoor de laatste cursisten ruim een uur later, al pratend, het kerkje verlaten.

(Benson Tumwesige, voorganger en docent in Oeganda)