Vanavond zijn we te gast bij de 7th Baptist Church in Santiago. Even van de hoofdweg af, rijden we over zand- en grindwegen naar de kerk toe. De stofwolken kondigen onze komst aan. Cuba, het is een land van tegenstellingen. Hoeveel van de toeristen, die we vanmiddag zagen aan het strand bij de Caribische Zee, kennen ook deze kant van Cuba? Rijdend over de highway van Havana naar Santiago merk je niet veel van armoede, behalve misschien de benzinestations, waar geen brandstof te verkrijgen is. En wanneer je ’s avonds in je luxe hotel eet en slaapt, maak je het echte leven niet mee, of het moeten de bedelaars zijn die bij de ingang van het hotel de toeristen aanklampen voor één peso voor een broodje.

Aangekomen bij de kerk worden we hartelijk welkom geheten op de binnenplaats die omringd is door bananenbomen. De groep studenten zit al op ons te wachten. Dioelis, de cursusleider, heeft vanavond voor een mooie mix gezorgd: hij overhoort de studenten, om hun kennis te testen en daarna zullen we enkele getuigenissen van hen te horen krijgen. Dioelis stelt de eerste vraag aan zijn studenten: ‘Hoe gebruikt God de preek, als alle hoorders verschillend zijn?’

Een vrouw die iedere zaterdag bezig is met evangelisatie, geeft antwoord. Ze vertelt hoe ze zaterdags de Heilige Geest ervaart: ‘Hij paart Zich aan het Woord. Tijdens het evangeliseren merk ik bevestiging. Ik maak geregeld mee dat ik iets moet zeggen tegen mensen, waarvan ik achteraf hoor dat dat precies is wat hen bezig houdt.’

Een andere vrouw vertelt haar ervaring: ‘Ik werk veel met families en gezinnen. Tijdens mijn werk vraag ik God om woorden. Hij geeft ze in mijn hart en ik geef ze door. Ik wil antwoorden geven vanuit de Bijbel. Ik heb dan ook altijd een Bijbel bij me als ik aan het werk ben.’ 

Vervolgens reageert een voorganger: ‘Als je het Woord wil preken, moet je eerst zelf de Heilige Geest ervaren hebben. Hoe kan ik anderen leiden als ik de Heilige Geest niet ken? Wij kunnen mensen niet overtuigen. Dat doet de Heilige Geest.’

De cursisten vertellen ook heel open over hoe zij tot geloof gekomen zijn. Zo vertelt een vrouw heel spontaan: ‘Ik ben niet in een christelijk gezin geboren. In ons gezin hielden we ons bezig met hekserij en satanisme. Toen ik 18 was, sprak iemand voor het eerst met mij over Christus. Ik deed er niet direct iets mee. Pas na de geboorte van mijn eerste kind, begon de Heilige Geest in mij te werken. Ik had een man en een kind, maar voelde me leeg en alleen. God liet mij zien dat het gat in mijn leven alleen met de Heere Jezus opgevuld kon worden. Samen met mijn man ben ik Hem gaan zoeken. We waren al tien jaar aan het zoeken naar God, toch was er die leegte, die God uiteindelijk Zelf opgevuld heeft.’

Wat een openheid ervaren we deze avond. Wat leren we veel van deze broeders en zusters. Ze houden ons een Cubaanse spiegel voor: wie is de Heere Jezus voor ons?