‘Als je iets voor een Afrikaan wilt verbergen, verstop het dan in een boek.’

Oeganda is een van de Afrikaanse landen waar in 1936 een opwekking plaatsvond. Dankzij deze opwekking zijn er veel kerken gesticht en tot op de dag van vandaag komen er nog steeds veel nieuwe kerken bij, zowel op het platteland als in de steden. Veel nieuwe kerken betekent ook veel nieuwe voorgangers. De meeste voorgangers hebben echter geen idee hoe ze de kerken moeten leiden. De meesten van hen zijn voorganger omdat ze graag dienstbaar zijn in Gods Koninkrijk, maar een gedegen theologische opleiding hebben ze nooit gehad. 

De meeste voorgangers hebben wel basisonderwijs gevolgd, maar middelbaar en hoger onderwijs is slechts voor een enkeling weggelegd. Er zijn zelfs voorgangers die analfabeet zijn. De Oegandezen die wèl een gedegen opleiding hebben gehad, kiezen vaak voor goedbetaalde banen in de seculiere wereld. Het werk in de kerk wordt daarom grotendeels gedaan door mensen die nauwelijks opgeleid zijn. Het is dus geen wonder dat het de kerk in Oeganda ontbreekt aan goed Bijbels onderwijs. Hierdoor stagneert ook de geestelijke groei van de gemeenteleden. In Hosea 4:6 staat: ‘Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is.’ Wat komt er van de kinderen in de gemeente terecht als ze geen gezonde prediking krijgen?

‘Omdat de meerderheid van de voorgangers in Afrika laag opgeleid is, is toerusting van hen noodzakelijk. Alleen zo blijft de kerk gezond,’ zegt George Kilama, een van de lokale toerusters van NET Foundation in Oeganda. ‘Het werk in de kerk zal hierdoor de aandacht krijgen die het verdient.’

Erg gemakkelijk is het overigens niet om de voorgangers extra toerusting te bieden. Afrika is een samenleving, waarin alle informatie mondeling wordt doorgegeven. Het is erg moeilijk om toerusting schriftelijk te doen. Een veelgebruikt gezegde in Afrika luidt: ‘Als je iets voor een Afrikaan wilt verbergen, verstop het dan in een boek.’ Alleen online onderwijs zal bij de meesten dan ook niet aanslaan. Het aantal afhakers zal dan groot zijn. Vandaar dat er in Oeganda – en in meerdere landen – gekozen is om toerusting aan te bieden via studiecentra. Hier krijgen de voorgangers face to face les. Hierbij is het trouwens wel nodig om behoorlijk af te dalen in niveau. Het onderwijs moet niet te theoretisch zijn. Er is behoefte aan praktisch materiaal.

Door heel Oeganda heen is er bijna een dozijn studiecentra, waar de cursussen van NET worden gegeven. Veel voorgangers en kerkelijk werkers geven aan dat deze cursussen hun manier van werken behoorlijk veranderd hebben. In hun preken hebben ze nu veel meer focus. Eerder liet men zich leiden door gedachten of dromen en kwam tijdens het preken de hele Bijbel aan bod. Zo gaf Bongomin Toorach – nu een van de docenten – aan dat hij van plan was geweest te stoppen met preken, omdat hij tegen zijn grenzen aanliep. Hij had voor zijn gevoel alles al bepreekt. Na de tien cursusmodules van NET Foundation gevolgd te hebben, is zijn passie echter weer levendig geworden. Hij brengt veel meer focus aan in zijn  preken en hij heeft nu meer aandacht voor pastoraat, wat hemzelf ook positief stimuleert.

Sommige voorgangers hadden voorheen zelfs niet eens een eigen Bijbel. Nu, nadat ze de cursussen gevolgd hebben, hebben ze een eigen Bijbel gekregen, die ze goed weten te gebruiken voor hun werk in de kerk. Dat de motivatie om goed toegerust te worden groot is, blijkt wel doordat de meeste voorgangers de volle drie jaar, die voor het volledige curriculum staat, blijven komen. Inmiddels zijn de eerste studenten ruim een jaar geleden gediplomeerd. Een aantal van hen, waaronder Bongomin Toorach, geeft nu zelf les aan de nieuwe lichting studenten.

(George Kilama, voorganger en docent in Oeganda)