Iedere zendingsorganisatie staat voor de uitdaging om te contextualiseren. Hoe bereik je de mensen op het veld? Sluit het materiaal dat je gebruikt aan bij de doelgroep?

Met deze vragen heeft Daan Otterspeer, student Theologie aan de CHE, zich de achterliggende anderhalf jaar bezig gehouden als stagiair bij NET Foundation. De hoofdvraag van zijn onderzoek luidde: ‘In hoeverre slagen de trainers erin te handelen naar de visie van NET Foundation op contextualisatie?’ Zijn de lokale trainers in staat om de Bijbelse boodschap goed door te geven, zoals we het als NET bedoelen door te geven via onze cursusmaterialen, waarbij het uiteindelijke doel is dat de boodschap moet spreken tot het hart?

Je kunt je afvragen of contextualisatie niet vanzelf gaat, wanneer men met de materialen aan het werk gaat. Een interessante vraag in dit opzicht is: zou een cursus er anders uit zien, wanneer mensen op het veld deze zouden maken? Zoals we het nu doen, ontwikkelen we materialen die overal gebruikt kunnen worden, in de hoop dat trainers deze op de juiste wijze gebruiken en waar nodig aanpassen aan hun eigen situatie. In de praktijk blijkt men hier heel verschillend mee om te gaan. Er zijn er die de boekjes als handvat gebruiken, maar die sterk contextueel denken. Anderen volgen meer het boekje, zonder er ook maar iets aan toe te voegen. Het ontwikkelen van materialen die contextneutraal zouden zijn is overigens een utopie. Ook de ontwikkelaars schrijven vanuit hun eigen gezichtsveld en nemen hun eigen bagage mee.

Het blijkt dat de trainers op het veld de materialen waarderen als goed Bijbels gefundeerd. Maar het blijft een worsteling hoe men het aan het hart van de mensen kan leggen. Hierbij is veel verschil tussen stedelingen en dorpelingen. Stedelingen zijn toch meer sceptisch.

We voelen vanuit NET de behoefte om de impact te meten. Dat is echter erg lastig. Hoe meetbaar is impact? Er kan gekeken worden naar de voorbereiding van voorgangers. Preken ze breder, qua tekstkeuze? Worden preken voorbereid aan de hand van schema’s en modellen die ze hebben aangereikt gekregen? Om de impact op het hart van de hoorders te meten – voor zover dat mogelijk is – zou je in gesprek moeten gaan met de luisteraars zelf.

Eén van de adviezen van Otterspeer was  om meer de gidsrol te pakken als NET Foundation. Hierbij zou het goed zijn samen te werken met lokale teams, door eerst met hen in gesprek te gaan over de context voordat er gestart wordt met een training.

Jaap Haasnoot van de GZB sloot in zijn lezing, na de presentatie van Otterspeer, hierbij aan: ‘Eerst moeten we de context verstaan voordat content ontwikkeld wordt.’ Daarbij adviseerde hij helder te zijn over de eigen context, te werken met lokale schrijfteams en trainers. Ook pleitte hij voor flexibel lesmateriaal in plaats van contextneutraal. Laat de voorbeelden opkomen uit de specifieke contexten. En zorg voor veel doe-opdrachten.